Citaat | Hoge Raad 3 april 2015

Onder 5 Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:841.

5.2.6 Anders dan het onderdeel veronderstelt, heeft het hof het voorgaande niet miskend. Het laat immers de mogelijkheid open dat de aan GS Media toekomende uitingsvrijheid aan de handhaving van het auteursrecht met betrekking tot de uitsnede in de weg staat. Onderdeel II.7 klaagt evenwel terecht dat het hof met zijn oordeel dat hiervan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Of de uitingsvrijheid in een concreet geval behoort te prevaleren, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de uiting. In verband met dit laatste is van belang dat, wanneer het gaat om een commerciële uiting, het belang van degene die deze uiting doet in beginsel minder zwaar weegt dan wanneer het een publicatie van algemeen maatschappelijk belang betreft (vgl. de hiervoor in 5.2.5 genoemde uitspraak in de zaak Ashby Donald e.a./Frankrijk).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0404554c6271755b836bb57bae67ab9a19690429923fae2691a4ce646a1020c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0404554c6271755b836bb57bae67ab9a19690429923fae2691a4ce646a1020c7, en de alinea staat in dat document op bytes 28567 tot 29482.