Citaat | Hoge Raad 3 april 2015

Onder 3.1 Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:842.

Ten eerste: de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling is verleend op 7 augustus 2014 en geldt voor een termijn van drie weken. Het verzoek om aansluitend een voorlopige machtiging te verlenen is door de officier van justitie op 29 augustus 2014 ingediend. Dat betekent dat het verzoek één dag te laat is ingediend. Gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad verzoek ik u deze dag in mindering te brengen op de looptijd van de voorlopige machtiging als deze zou worden verleend. Ten tweede wijs ik erop dat uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken niet blijkt dat de officier van justitie heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 6, lid 3, van de Wet Bopz. Op grond van al het voorgaande verzoek ik u (…) het verzoek af te wijzen (…).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fdf4eea4b8c823abab4c25bb45c690c847f14df5b572be33b9c6524239bbf45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fdf4eea4b8c823abab4c25bb45c690c847f14df5b572be33b9c6524239bbf45, en de alinea staat in dat document op bytes 9014 tot 9798.