Citaat | Hoge Raad 3 april 2015
Onder 3.3.2 Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:842.
De klacht faalt. Voor het verlenen van ontslag door de geneesheer-directeur op de voet van art. 48 lid 1 Wet Bopz is niet vereist dat hij de in art. 6 lid 3 Wet Bopz bedoelde mededeling van de officier van justitie heeft ontvangen. Ingevolge art. 48 lid 1, aanhef en onder b, Wet Bopz verleent de geneesheer-directeur ontslag uit het ziekenhuis wanneer de geldigheidsduur van een in die bepaling genoemde rechterlijke machtiging is verstreken, tenzij voor het einde van de termijn een verzoek is gedaan tot het verlenen van een aansluitende machtiging. De geneesheer-directeur oefent de in art. 48 lid 1 Wet Bopz bedoelde taak uit hetzij nadat hem een verzoek heeft bereikt tot ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis (art. 49 Wet Bopz), hetzij uit eigen beweging (art. 48 lid 1 in verbinding met de art. 53-54 Wet Bopz).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fdf4eea4b8c823abab4c25bb45c690c847f14df5b572be33b9c6524239bbf45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fdf4eea4b8c823abab4c25bb45c690c847f14df5b572be33b9c6524239bbf45, en de alinea staat in dat document op bytes 12505 tot 13347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fdf4eea4b8c823abab4c25bb45c690c847f14df5b572be33b9c6524239bbf45 | shasum -a 256