Citaat | Hoge Raad 7 april 2015

Onder 3.4.3. Hoge Raad 7 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:873.

"Bij het vaststellen van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van het eerste en tweede lid ter zake van strafbare feiten die door twee of meer personen zijn gepleegd, kan de rechter bepalen dat deze hoofdelijk dan wel voor een door hem te bepalen deel aansprakelijk zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33325f3588e054410bf305b523e3a35441226805897d3fff49631b2b475e5c88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33325f3588e054410bf305b523e3a35441226805897d3fff49631b2b475e5c88, en de alinea staat in dat document op bytes 15193 tot 15547.