Citaat | Hoge Raad 10 april 2015
Onder 2.3.2. Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874.
Behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, dient te worden tegemoetgekomen aan een verzoek van de belanghebbende tot overlegging van een bepaald stuk indien deze voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak (zie HR 25 april 2008, nr. 43448, ECLI:NL:HR:2008:BA3823, BNB 2008/161). De beoordeling of de inhoud van het betreffende stuk voor de besluitvorming in de zaak van belang is (geweest), kan niet geschieden zonder kennisneming van die inhoud. Dit neemt niet weg dat de rechter onder omstandigheden ook zonder kennisneming van het desbetreffende stuk kan beslissen dat dit stuk niet van enig belang voor de besluitvorming kan zijn (geweest) (zie HR 15 november 2013, nr. 12/00606, ECLI:NL:HR:2013:1129, BNB 2014/28).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6a40e2b69fd5a234e66dd969e90b01fd0225973c5ce52a368e82a9c56ca756. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6a40e2b69fd5a234e66dd969e90b01fd0225973c5ce52a368e82a9c56ca756, en de alinea staat in dat document op bytes 10515 tot 11415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf6a40e2b69fd5a234e66dd969e90b01fd0225973c5ce52a368e82a9c56ca756 | shasum -a 256