Citaat | Hoge Raad 7 april 2015
Onder 2.4.4. Hoge Raad 7 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:878.
Uit de wetsgeschiedenis van genoemd artikellid volgt dat met de daarin voorziene regeling niet is beoogd af te doen aan het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel, maar dat de wetgever "in de situatie waarin mededaders gezamenlijk lijken te hebben geprofiteerd van het plegen van strafbare feiten" en "er welbewust voor kiezen om geen enkele indicatie te geven van de wijze waarop de criminele opbrengsten zijn verdeeld" het redelijk acht de betalingsverplichting hoofdelijk op te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a41287c0211f98f8d6a0638ebe57181987c4d574d5f56b1b0c9b5733565c8dc1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a41287c0211f98f8d6a0638ebe57181987c4d574d5f56b1b0c9b5733565c8dc1, en de alinea staat in dat document op bytes 24696 tot 25207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a41287c0211f98f8d6a0638ebe57181987c4d574d5f56b1b0c9b5733565c8dc1 | shasum -a 256