Citaat | Hoge Raad 7 april 2015

Onder 3.4. Hoge Raad 7 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:883.

Het Hof heeft, kort gezegd, bewezenverklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van een inbraak. Aan dat oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat de gedraging van de verdachte - het ongezien insluiten van een medeverdachte in een meterkast in het magazijn van een supermarkt - in het onderhavige geval, gelet op de modus operandi bij de inbraak, "als een uitvoeringshandeling van de inbraak" moet worden aangemerkt zodat er sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Daarmee heeft het Hof zijn oordeel, ook in het licht van hetgeen onder 3.3 is vooropgesteld, toereikend gemotiveerd. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen hetgeen het Hof nader heeft vastgesteld over de bijzondere wijze waarop de onderhavige inbraak is uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fb8b1908d17e512d4ff449bc25131977e4911ffddd8920623131fd65d0c9689. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fb8b1908d17e512d4ff449bc25131977e4911ffddd8920623131fd65d0c9689, en de alinea staat in dat document op bytes 22787 tot 23643.