Citaat | Hoge Raad 20 januari 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 20 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:89.
Uitgangspunt is dat indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA, rechtsgeldig is betekend en de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting is verschenen, de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel - kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Nochtans bestaat de mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen indien de verdachte wegens ziekte is verhinderd op de terechtzitting te verschijnen zonder dat dit de rechter bekend was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e995c81ec781dcc7a4361b20495229f04b125cae3685f55a29904e182125f2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e995c81ec781dcc7a4361b20495229f04b125cae3685f55a29904e182125f2b, en de alinea staat in dat document op bytes 7628 tot 8349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e995c81ec781dcc7a4361b20495229f04b125cae3685f55a29904e182125f2b | shasum -a 256