Citaat | Hoge Raad 7 april 2015
Onder 3.2. Hoge Raad 7 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:898.
Uit de jurisprudentie van het EHRM (waaronder ook de door de raadsman genoemde zaak Vidgen tegen Nederland) blijkt (onder meer) dat een verklaring van een niet ondervraagde getuige niet aan een veroordeling ten grondslag mag worden gelegd, indien zij het enige of het doorslaggevende bewijs vormt voor het ten laste gelegde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5706d347bd7966beadccfff3b8d7fe9d596f5e3be1e143054810665d7864d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5706d347bd7966beadccfff3b8d7fe9d596f5e3be1e143054810665d7864d69, en de alinea staat in dat document op bytes 8679 tot 9016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5706d347bd7966beadccfff3b8d7fe9d596f5e3be1e143054810665d7864d69 | shasum -a 256