Citaat | Hoge Raad 7 april 2015

Onder 3.2. Hoge Raad 7 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:898.

Op grond van het dossier stelt het hof vast dat de verdediging bij schrijven d.d. 14 juni 2010, nader onderbouwd in de brief d.d. 19 maart 2012, heeft verzocht tot het horen van (onder meer) getuige [getuige 1]. Blijkens de brief van de advocaat-generaal d.d. 27 maart 2012 was [getuige 1] echter niet meer op te roepen als getuige aangezien deze onlangs was overleden. De verdediging heeft derhalve niet in enig stadium van het geding de gelegenheid gehad de getuige [getuige 1] (die bij de politie voor veroordeelde belastende verklaringen heeft afgelegd) te (doen) ondervragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5706d347bd7966beadccfff3b8d7fe9d596f5e3be1e143054810665d7864d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5706d347bd7966beadccfff3b8d7fe9d596f5e3be1e143054810665d7864d69, en de alinea staat in dat document op bytes 10386 tot 10979.