Citaat | Hoge Raad 20 januari 2015
Onder 3.2.2. Hoge Raad 20 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:91.
Aangezien de uitslaande brand zo hevig was konden wij, verbalisanten, niet naar binnen. Verbalisant [verbalisant 2] rende intussen naar de achterzijde van de woning. Ik, verbalisant [verbalisant 1], heb de mannelijke persoon die voor de deur van de brandende woning lag naar achteren gesleept. Ik zag dat verbalisant [verbalisant 2], terug kwam met een vrouwelijk persoon die gewond was en ook zwart zag van de rook. Wij verbalisanten, hebben haar naast haar man gelegd. Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde dat ze om hun zoon riepen die nog in de woning aanwezig was. Ik vroeg de mannelijke persoon zijn naam. Ik hoorde dat deze alleen uit kon brengen dat zijn achternaam was: [betrokkene 1]. Ik hoorde dat hij zei dat zijn zoon van 17 jaar oud in het huis op de eerste verdieping was. Ik zag dat de brandweer met de derde mannelijke persoon van 17 naar buiten kwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61c38265370960d17160a9d7761ee394e165c6743916e817d6f98ec58f640b54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61c38265370960d17160a9d7761ee394e165c6743916e817d6f98ec58f640b54, en de alinea staat in dat document op bytes 10953 tot 11836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61c38265370960d17160a9d7761ee394e165c6743916e817d6f98ec58f640b54 | shasum -a 256