Citaat | Hoge Raad 10 april 2015
Onder 2.3.1. Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:912.
Indien een (voorwaardelijk) bewijsaanbod is gedaan, kan de rechter volstaan met de mededeling dat hij gelegenheid biedt tot uitvoering van dat aanbod (zie HR 17 december 2004, nr. 38831, ECLI:NL:HR:2004:AR7741, BNB 2005/152). Een zodanige mededeling kan in of bij de oproeping voor de zitting worden gedaan door degene die het bewijsaanbod heeft gedaan te wijzen op de mogelijkheid getuigen naar de zitting mee te brengen of voor de zitting op te roepen. Het is dan aan degene die het bewijsaanbod heeft gedaan al dan niet van deze mogelijkheid gebruik te maken. De hiervoor bedoelde mededeling volstaat niet wanneer de desbetreffende partij in redelijkheid niet kan worden tegengeworpen dat hij van de geboden mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als ter zitting nieuw licht valt op de noodzaak tot het leveren van nader bewijs (vgl. HR 23 mei 2014, nr. 12/05526, ECLI:NL:HR:2014:1194, BNB 2014/154).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f6f522ae11818a01bf7bcc71e4ecdc79c0e798fc9c62499d3bce560d0416b2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f6f522ae11818a01bf7bcc71e4ecdc79c0e798fc9c62499d3bce560d0416b2b, en de alinea staat in dat document op bytes 8546 tot 9496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f6f522ae11818a01bf7bcc71e4ecdc79c0e798fc9c62499d3bce560d0416b2b | shasum -a 256