Citaat | Hoge Raad 10 april 2015

Onder 4.1.5. Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:913.

Het in het arrest Passenheim (punt 47) genoemde evenredigheidsbeginsel verzet zich ertegen dat de inspecteur met betrekking tot tegoeden die worden aangehouden in een andere lidstaat, ook na het hiervoor bedoelde aanvaardbare tijdsverloop gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 16, lid 4, AWR om een navorderingsaanslag op te leggen op een tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR is verstreken. De rechtvaardiging die het Hof van Justitie aanwezig heeft geacht voor de aan toepassing van artikel 16, lid 4, AWR verbonden beperking van het vrije verkeer, is er niet als ten aanzien van (inkomsten uit) buitenlandse tegoeden de navorderingstermijn die voor (inkomsten uit) binnenlandse tegoeden zou gelden verder wordt overschreden dan uit het hiervoor overwogene voortvloeit (zie HR 26 februari 2010, nr. 43670bis, ECLI:NL:HR:2010:BJ9120, BNB 2010/200, hierna: BNB 2010/200).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d, en de alinea staat in dat document op bytes 19895 tot 20869.