Citaat | Hoge Raad 10 april 2015
Onder 4.4.6. Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:913.
Het middel stelt in de eerste plaats aan de orde de vraag of de materiële werkingssfeer van artikel 64, lid 1, VWEU wordt afgebakend door het object van de desbetreffende (nationale) regelgeving dan wel door de transactie die door deze nationale regelgeving wordt beperkt. De verwijzing naar de ‘toepassing’ van beperkingen in de tekst van artikel 64, lid 1, VWEU lijkt een argument voor laatstgenoemde uitleg. Zou artikel 64, lid 1, VWEU worden aangemerkt als een uitzonderingsbepaling – het lijkt evenwel veeleer een bepaling van overgangsrecht te betreffen - dan ligt een restrictieve uitleg voor de hand zonder dat een dergelijke uitleg evenwel automatisch tot eerstgenoemde interpretatie leidt. Zoals door advocaat‑generaal Mengozzi is betoogd in zijn conclusie in zaak C-560/13, Finanzamt Ulm/Ingeborg Wagner-Raith (ECLI:EU:C:2014:2476; in gelijke zin de Advocaat‑Generaal in punt 5.40 van zijn conclusie) zou de bepaling daardoor het grootste deel van haar nuttig effect verliezen. Een argument voor eerstgenoemde uitleg zou kunnen worden gevonden in het arrest van het Hof van Justitie van 14 december 1995 (Sanz de Lera, gevoegde zaken C-163/94, C‑165/94 en C‑250/94, ECLI:EU:C:1995:451). In dit arrest werd geoordeeld dat niet valt onder artikel 73 C, lid 1, EG‑Verdrag (thans artikel 64, lid 1, VWEU) een regeling die algemeen van toepassing is op elke uitvoer van geldstukken, bankbiljetten of cheques aan toonder, daaronder begrepen uitvoer die geen verband houdt met directe investeringen in derde landen, vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot kapitaalmarkten. Aangezien de verwijzende rechter in die zaak in algemene termen de verenigbaarheid van de betreffende nationale regeling aan de orde stelde, kan niet buiten redelijke twijfel aan laatstgenoemd arrest worden ontleend dat de toepasselijkheid van artikel 64, lid 1, VWEU wordt bepaald door het object van de desbetreffende (nationale) regelgeving en niet door de transactie die door deze regelgeving wordt beperkt. Om die redenen zal de Hoge Raad het Hof van Justitie te dezer zake om een prejudiciële beslissing verzoeken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d, en de alinea staat in dat document op bytes 29192 tot 31370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d | shasum -a 256