Citaat | Hoge Raad 10 april 2015

Onder 4.4.8. Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:913.

Voorts wordt de Hoge Raad gesteld voor de vraag of de toepassing van artikel 16, lid 4, AWR in verband met door belanghebbende bij een bank in Zwitserland aangehouden (effecten)rekening, is begrepen in de uitdrukking ‘beperking van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met het verrichten van financiële diensten’ in artikel 64, lid 1, VWEU. In het arrest Passenheim is weliswaar overwogen (punt 39) dat een regeling als die van artikel 16, lid 4, AWR het voor belastingplichtigen minder aantrekkelijk maakt om tegoeden naar andere lidstaten over te brengen teneinde de aldaar aangeboden diensten af te nemen dan om in Nederland deze tegoeden aan te houden en financiële diensten af te nemen hetgeen zou leiden tot het kwalificeren van het aanhouden van een (effecten)rekening als een financiële dienst, maar deze overweging betreft de interpretatie van artikel 49 en artikel 56 EG (thans artikel 56 VWEU en artikel 63 VWEU). Het is niet buiten redelijke twijfel dat de uitdrukking ‘beperking van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met het verrichten van financiële diensten’ in artikel 64, lid 1, VWEU op dezelfde wijze moet worden geïnterpreteerd. Zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal (punt 5.20) wordt wel betoogd dat bij de interpretatie van dit begrip voornamelijk moet worden gedacht aan de diensten van financiële intermediairs. Om die reden zal het Hof van Justitie ook op dit punt om een prejudiciële beslissing worden verzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b717145aab37dd45656e4ee15dc50416255bec519478f00b87c38a65de1e24d, en de alinea staat in dat document op bytes 32670 tot 34196.