Citaat | Hoge Raad 10 april 2015
Onder 3.4.2 Hoge Raad 10 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:926.
Op de voet van art. 35 Wet Bopz kan bij overschrijding door de rechter van de beslistermijn een vergoeding worden toegekend ter zake van immaterieel nadeel aan een betrokkene die stelt dat hij in de periode van overschrijding heeft verkeerd in onzekerheid over de rechtmatigheid van zijn gedwongen verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis (vgl. HR 13 december 1996, ECLI:NL:HR1996:ZC2229, NJ 1997/682). Wanneer een dergelijk verzoek tot schadevergoeding wordt gedaan en vaststaat dat de termijn is overschreden voor het nemen van een rechterlijke beslissing tot het verlenen van een machtiging in de zin van hoofdstuk II van de Wet Bopz die strekt tot gedwongen verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, is aannemelijk dat de betrokkene door die overschrijding nadeel, dat op geld behoort te worden gewaardeerd, heeft geleden in de vorm van spanning of frustratie door het uitblijven van een tijdige rechterlijke beslissing over zijn vrijheidsbeneming of de voortzetting daarvan, en onzekerheid over zijn situatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/429f0157d873b05e515644b94053a5489fbae8cc75fa2f901d72b52dc4f79314. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 429f0157d873b05e515644b94053a5489fbae8cc75fa2f901d72b52dc4f79314, en de alinea staat in dat document op bytes 13427 tot 14455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/429f0157d873b05e515644b94053a5489fbae8cc75fa2f901d72b52dc4f79314 | shasum -a 256