Citaat | Hoge Raad 14 april 2015
Onder 2.2.3. Hoge Raad 14 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:929.
De simkaart met het nummer *[002] bevindt zich in de mobiele telefoon van [betrokkene 1] als daarmee op 25 november 2011 omstreeks 00:16 uur wordt gebeld naar diens vader, [betrokkene 2], door een man die hem vertelt dat ze zijn zoon hebben. Op 27 november 2011 wordt de vader verschillende keren gebeld. De beller laat een geluidsopname met de stem van [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] horen en zegt dat hij binnen 72 uur drie miljoen euro moet betalen als hij zijn zoon weer wil zien. Na het verstrijken van het ultimatum wordt de vader nogmaals gebeld door de man, die hem vertelt dat hij binnen 24 uur tweeënhalf miljoen euro moet regelen en dat hij zijn zoon anders nooit meer zal zien. Dit gesprek heeft plaatsgevonden in de avond van 1 december 2011.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f87339bd7a0ea3d2b72cf0f4f3fec01bd4d426854573b3f292afeba069cb5b81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f87339bd7a0ea3d2b72cf0f4f3fec01bd4d426854573b3f292afeba069cb5b81, en de alinea staat in dat document op bytes 11454 tot 12226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f87339bd7a0ea3d2b72cf0f4f3fec01bd4d426854573b3f292afeba069cb5b81 | shasum -a 256