Citaat | Hoge Raad 20 januari 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:93.

"Verdachte sliep in de nacht van 19 op 20 oktober 2011 in de slaapkamer aan de voorzijde van de woning aan de [a-straat 1] in Tiel (hierna: de slaapkamer van verdachte). Op 20 oktober 2011 om 04.04 uur belt verdachte (vanuit haar woning) naar 112 met de mededeling dat er mensen bij haar in huis zijn, dat ze zich in een andere slaapkamer bevindt dan haar man en dat ze niets meer hoort en geen contact kan krijgen met haar man. Omstreeks 04.08 uur is de politie ter plaatse. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] treffen verdachte aan in de bewuste slaapkamer aan de voorzijde van de woning. Zij draagt op dat moment een slip en een wit T-shirt. In de slaapkamer daarnaast (hierna: de slaapkamer van het slachtoffer) treffen zij liggend op bed een man aan: [slachtoffer], de echtgenoot van verdachte. Zij zien bloed op het bed en op de man zelf en constateren dat de arm koud en stijf aanvoelt. [verbalisant 2] voelt aan de halsslagader dat er geen hartslag is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1824f3a9136cc5131a05243817c28a3614c16d001a8fc1fb9dde4e8563dbf4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1824f3a9136cc5131a05243817c28a3614c16d001a8fc1fb9dde4e8563dbf4c, en de alinea staat in dat document op bytes 7761 tot 8748.