Citaat | Hoge Raad 14 april 2015
Onder 2.4. Hoge Raad 14 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:941.
Gelet op de wettelijke strafmaxima en in aanmerking genomen de door het Hof opgelegde straf en 's Hofs motivering van die straf, is het belang van de verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. De schriftuur bevat evenwel niet de in HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov. 2.6.2 bedoelde, in zo een geval vereiste toelichting met betrekking tot het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. De enkele stelling dat het Hof bij "de strafoplegging is uitgegaan van artikel 311 lid 2 Sr, hetgeen met aanzienlijk meer straf is bedreigd dan diefstal in vereniging gepleegd door middel van braak", is - gelet op de opgelegde straf en 's Hofs strafmotivering - daartoe ongenoegzaam. De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8564298c1b699f54683fee253e5a104fb65bf707a5aaaee455f8acd2630561dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8564298c1b699f54683fee253e5a104fb65bf707a5aaaee455f8acd2630561dc, en de alinea staat in dat document op bytes 11199 tot 12127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8564298c1b699f54683fee253e5a104fb65bf707a5aaaee455f8acd2630561dc | shasum -a 256