Citaat | Hoge Raad 14 april 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 14 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:951.
De bewering van de verdachte dat hij deze afloop niet had voorzien acht het hof hoogst ongeloofwaardig. Hij heeft erkend te weten dat de slachtoffers hun geld zou worden ontfutseld. Hij wist ook dat er in werkelijkheid helemaal geen koper was. Het kan dan ook niet anders zijn geweest dan dat hij begreep dat het geld hen reeds bij het verlaten van het 'kantoor' zou worden afgenomen; op straat zou dat immers te veel aandacht trekken. Hij wist bovendien dat hij het 'kantoor' diende te verlaten om zijn mededaders hun gang te kunnen laten gaan. Het kan ook niet anders zijn geweest dan dat hij begreep dat een en ander - mede gelet op de grootte van het bedrag - op zijn minst met een bedreiging gepaard zou gaan; niemand laat zich immers zonder verzet een dergelijk bedrag afnemen. Hij heeft bij de politie verklaard dat er hoogstens wat klappen hadden moeten vallen bij het afhandig maken van het geld. Het kan echter niet anders dan dat hij zich er van bewust is geweest dat in geval van verzet grote kans zou bestaan op een escalatie van geweld. Het kan zijn dat de verdachte niet wist hoe een en ander precies in zijn werk zou gaan en dat hij dit aan zijn mededader [medeverdachte 2] heeft overgelaten, maar dit doet er niet aan af dat zijn opzet (maar wellicht in voorwaardelijke vorm) op een diefstal met geweld was gericht, zoals in de tenlastelegging omschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f, en de alinea staat in dat document op bytes 10050 tot 11435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f | shasum -a 256