Citaat | Hoge Raad 14 april 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 14 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:951.
Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof onder meer vastgesteld dat de verdachte van het begin af aan betrokken is geweest bij het plan om de kopers van een grote doch niet aanwezige partij koper door zijn mededaders te laten beroven van de koopsom van € 100.000,-, dat hij de kopers daartoe in een voor de gelegenheid ingericht kantoor zou ontvangen en na telling van het geldbedrag het kantoor zou verlaten om zijn mededaders hun gang te kunnen laten gaan, in het besef dat er klappen zouden kunnen vallen. Daarbij heeft het Hof - niet onbegrijpelijk - mede in aanmerking genomen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich ervan bewust is geweest dat ingeval van verzet het geweld zou kunnen escaleren, in welk oordeel besloten ligt dat de verdachte het aan zijn mededaders heeft overgelaten met welke vorm van geweld zij hun doel zouden trachten te bereiken. Aldus beschouwd heeft het Hof uit een en ander kunnen afleiden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het gezamenlijk en in vereniging plegen van diefstal met geweld zoals is bewezenverklaard. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f, en de alinea staat in dat document op bytes 11774 tot 12901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4adb382fa9179477d0d043ac89dc2ab3356f2a4e778adf1e6abbc90d326dac8f | shasum -a 256