Citaat | Hoge Raad 17 april 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:960.

Volgens het Hof rest dan de vraag of de gemachtigde, nadat hij op 13 februari 2012 kennis nam van het afschrift van de uitspraak, voldoende voortvarend heeft gehandeld door op 9 maart 2012 beroep in te stellen. Daarvoor is volgens het Hof - onder verwijzing naar de wordingsgeschiedenis van artikel 6:11 Awb - beslissend of het beroepschrift is ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd. Dat is hier niet het geval aangezien het beroepschrift pas drie weken en vier dagen na 13 februari 2012 is ingediend, aldus nog steeds het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/315315fd814ea7993bd9be11152b634149dc9023ef28eac1d1db83243cf3a225. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 315315fd814ea7993bd9be11152b634149dc9023ef28eac1d1db83243cf3a225, en de alinea staat in dat document op bytes 8366 tot 8932.