Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 2.4.3. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.
De omstandigheid dat een benadeelde partij niet heeft gevorderd dat de wettelijke rente wordt vergoed, staat niet eraan in de weg dat de aan de verdachte opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat inhoudt dat de wettelijke rente vergoed moet worden. Het staat de strafrechter immers vrij – ongeacht een eventuele vordering van een benadeelde partij – al dan niet een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Indien de strafrechter de schadevergoedingsmaatregel oplegt, berekent hij het schadebedrag, waartoe de wettelijke rente behoort, naar de krachtens het Burgerlijk Wetboek geldende criteria. De wettelijke rente is ingevolge art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade, die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden (vgl. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2652).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 44853 tot 45737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a | shasum -a 256