Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 2.1. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.
Art. 80a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO) geeft de Hoge Raad de bevoegdheid om – gehoord de Procureur–Generaal – een ingesteld beroep in cassatie niet–ontvankelijk te verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van deze bepaling op 1 juli 2012 heeft de Hoge Raad in zijn arresten van 11 september 2012 enkele aspecten van die toen nieuwe voorziening behandeld en enige vragen beantwoord die zij oproept. Daarbij is toen aangetekend dat de cruciale vraag wanneer sprake is van klachten in de zin van art. 80a, eerste lid, RO zich – zeker op dat moment – niet leende voor een uitputtende en min of meer definitieve beantwoording. Daaraan is toegevoegd dat te verwachten viel dat de door art. 80a RO geïntroduceerde 'selectie aan de poort' zich gaandeweg zal ontwikkelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 5801 tot 6959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a | shasum -a 256