Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 2.5.2. Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.

"Tot cassatie behoeft het onjuiste gebruik voor het bewijs van de bij de politie afgelegde verklaring van de verdachte (...) niet te leiden. Voor het bewijs van feit 5 heeft het Hof tevens gebruik gemaakt van het (...) proces-verbaal, houdende verklaringen van de verbalisanten (...). Gelet op de inhoud van dat proces–verbaal, moet worden geoordeeld dat de bewezenverklaring ook met weglating van de bewuste verklaring van de verdachte toereikend is gemotiveerd, zoals het Hof ook de bewezenverklaring van feit 4 op de voet van art. 344, tweede lid, Sv heeft kunnen gronden alleen op het daartoe gebezigde proces–verbaal van de verbalisanten. De verdachte heeft derhalve onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing dan wel verwijzing van de zaak."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 55059 tot 55945.