Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.

a. In een arrest van 3 februari 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat tekst noch strekking van art. 80a RO zich ertegen verzet dat het Parket bij de Hoge Raad afziet van het innemen van een standpunt over de toepassing van deze bepaling en dat het voorschrift van art. 439, eerste lid, Sv dat de Procureur–Generaal een op schrift gestelde conclusie neemt, daaraan niet in de weg staat. Dit heeft tot gevolg dat in die gevallen waarin het Parket afziet van het innemen van een standpunt over de toepassing van art. 80a RO (of mondeling het standpunt inneemt dat art. 80a RO kan worden toegepast) en dus niet een op schrift gestelde conclusie neemt waarvan ingevolge art. 439, derde lid, Sv een afschrift aan de raadsman wordt toegezonden, voor schriftelijk commentaar op de conclusie als bedoeld in art. 439, vijfde lid, Sv geen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 8679 tot 9597.