Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.
e. In dit kader moet voorts een arrest van 2 mei 2015 worden genoemd over verzoeken tot het stellen van prejudiciële vragen in het geval van toepassing van de art. 80a en 81 RO. Dat arrest gaat over de (stilzwijgende afwijzing van) verzoeken tot het stellen van prejudiciële vragen op de voet van art. 267 VWEU in zaken waarbij het cassatieberoep met toepassing van en onder verwijzing naar art. 80a dan wel art. 81 RO niet–ontvankelijk wordt verklaard onderscheidenlijk wordt verworpen. In zo een uitspraak ligt besloten dat van het stellen van prejudiciële vragen kan worden afgezien omdat de opgeworpen prejudiciële vragen niet relevant zijn voor de oplossing van het geschil dan wel kunnen worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie of redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de wijze waarop deze vragen over de betrokken Unierechtelijke rechtsregel moeten worden opgelost.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 15632 tot 16629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a | shasum -a 256