Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 2.4.3. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005.
"Blijkens hetgeen (...) is bewezenverklaard en de kwalificatie daarvan, niet alleen inhoudende dat de verdachte heeft gehandeld "in de uitoefening van een beroep of bedrijf" maar ook dat het feit betrekking heeft op "een grote hoeveelheid", heeft het Hof niet alleen het derde, maar ook het vijfde lid van art. 11 Opiumwet toepasselijk geacht. In het licht daarvan en gelet op de wettelijke strafmaxima en in aanmerking genomen voorts de door het Hof opgelegde straf en de motivering daarvan, is het belang van de verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 37405 tot 38057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df6ee7851bb14918b0485139c58b814d6919ede9e791963702a268feb354d59a | shasum -a 256