Citaat | Hoge Raad 31 mei 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 31 mei 2016
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1018.
"Op maandag 8 juli 2013 om 02:00 uur kregen wij, verbalisanten, kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zuiderzeeweg, Amsterdam. Wij, verbalisanten, zagen drie personen naast twee auto's staan op de Zuiderzeeweg. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vroeg wat er was gebeurd. Ik hoorde dat een persoon die later bleek te zijn: [verdachte] , gevraagd en ongevraagd het volgende verklaarde: "Ze remden plotseling met hun auto. Ik reed toen met mijn auto achterop. Ik heb wel een beetje gedronken". Nadat ik, verbalisant [verbalisant 1] , verdachte de cautie had medegedeeld verklaarde zij mij desgevraagd dat zij de bestuurder was geweest van de betrokken auto. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , heb op maandag 8 juli 2013 om 02:12 uur van deze bestuurster gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek uitgeademde lucht, als bedoeld in artikel 160 lid 5 van de Wegenverkeerswet 1994, nader geregeld in artikel 163, tiende lid van die wet. Als resultaat van deze test nam ik, verbalisant [verbalisant 2] een alcoholindicatie, boven de wettelijke vastgestelde limiet waar, te weten een F indicatie."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/972f4284cbf2233ce2a6fb61630405bcdc731abda01f965ce35adaa6f714ce7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 972f4284cbf2233ce2a6fb61630405bcdc731abda01f965ce35adaa6f714ce7a, en de alinea staat in dat document op bytes 7767 tot 8922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/972f4284cbf2233ce2a6fb61630405bcdc731abda01f965ce35adaa6f714ce7a | shasum -a 256