Citaat | Hoge Raad 31 mei 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 31 mei 2016
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1027.
De Rechtbank die naar aanleiding van een op de voet van art. 552a Sv ingediend klaagschrift moet oordelen over de vraag of in beslag genomen brieven of geschriften voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, zal zich daaromtrent aan de hand van de stukken en het onderzoek in raadkamer een eigen, zelfstandig oordeel moeten vormen. Voor zover dat noodzakelijk is voor de beoordeling van het klaagschrift, mag de Rechtbank eveneens van de betreffende stukken kennisnemen. Het vorenstaande geldt evenzeer voor de situatie waarin de Rechtbank naar aanleiding van een op de voet van art. 552a Sv ingediend klaagschrift moet oordelen of zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven het verschoningsrecht (vgl. HR 15 mei 2007, ECLI:NL:2007:BA0491, NJ 2007/300).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f0448e4a89c93969fe39be86c980787b0c33fde749e5e2c88b4dde96b06036f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f0448e4a89c93969fe39be86c980787b0c33fde749e5e2c88b4dde96b06036f, en de alinea staat in dat document op bytes 18578 tot 19475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f0448e4a89c93969fe39be86c980787b0c33fde749e5e2c88b4dde96b06036f | shasum -a 256