Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 3.2 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.

SCAU vordert in dit geding verklaringen voor recht en voorzieningen die erop neerkomen dan wel erop berusten dat de Universiteiten het instellingscollegegeld op een te hoog bedrag vaststellen. SCAU is van mening dat het instellingscollegegeld dat de Universiteiten voor volgtijdig onderwijs vaststellen en in rekening brengen, de werkelijke kosten van dat onderwijs overtreft, althans dat de Universiteiten daarover onvoldoende helderheid geven dan wel niet onderbouwen dat dit niet het geval is. SCAU acht dit in strijd met art. 7.46 WHW voor zover het instellingscollegegeld hoger is dan het wettelijke collegegeld, althans hoger is dan de kosten van het onderwijs waarvoor het instellingscollegegeld verschuldigd is. SCAU is van mening dat de vaststelling van het instellingscollegegeld door de Universiteiten in verband met de excessieve hoogte daarvan in strijd is met het recht van toegang tot onderwijs (art. 2 Eerste Protocol bij het EVRM, art. 13 IVESCR en art. 14 Handvest grondrechten van de Europese Unie) of met het eigendomsrecht in de zin van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 11252 tot 12359.