Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.4 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.
Het hof heeft in zijn eerste tussenarrest de hiervoor in 3.3 weergegeven oordelen van de rechtbank onderschreven (rov. 2.5-2.16 en 2.18-2.19). Het heeft echter nader debat nodig geacht met betrekking tot de stelling van SCAU dat aspirant-studenten door de geautomatiseerde inschrijvingsprocedure die de Universiteiten hanteren, gedwongen zijn eerst een onherroepelijke digitale machtiging tot incasso van het instellingscollegegeld af te geven, alvorens zich tot het CBHO te kunnen wenden. Indien die stelling gegrond is, kan volgens het hof niet van aspirant-studenten gevergd worden dat zij zich eerst inschrijven voor een volgtijdige studie, alvorens een beslissing aan de rechter te vragen over de hoogte van het instellingscollegegeld (rov. 2.17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 13032 tot 13797.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e | shasum -a 256