Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 4.1.3 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.
Titel 7.4 WHW voorziet in een eigen stelsel van rechtsbescherming voor studenten. De art. 7.59a-7.63b WHW regelen de zogeheten interne rechtsbescherming, waaronder de mogelijkheid van bezwaar als bedoeld in dan wel met overeenkomstige toepassing van de Awb tegen beslissingen op grond van de WHW en daarop gebaseerde regelingen. Na onder meer een beslissing op bezwaar staat op de voet van art. 7.66 WHW beroep open bij het CBHO, waarvan de instelling en het statuut zijn geregeld in de art. 7.64 en 7.65 WHW. Op grond van art. 7.66 lid 1 WHW oordeelt het CBHO “over het beroep dat een betrokkene heeft ingesteld tegen een beslissing van een orgaan van een instelling voor hoger onderwijs die jegens hem op grond van deze wet en daarop gebaseerde regelingen is genomen” en staat tegen zijn uitspraken geen hoger beroep open. Hoofdstuk 8 Awb is - op enkele uitgezonderde, hier niet terzake doende bepalingen na - van overeenkomstige toepassing op de procedure bij het CBHO (art. 7.66 lid 2 WHW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 16501 tot 17513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e | shasum -a 256