Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 4.2.4 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.

Zoals hiervoor in 4.1.7 is overwogen, is de vaststelling van het instellingscollegegeld niet een privaatrechtelijke, maar een publiekrechtelijke rechtshandeling (die op art. 7.46 WHW berust), ook indien deze plaatsvindt door het college van bestuur van een bijzondere instelling. De omstandigheid dat de bijzondere instelling uitgaat van een privaatrechtelijke rechtspersoon, maakt dit niet anders (vgl. art. 4 lid 2 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, dat mede betrekking heeft op organen met regelgevende bevoegdheid). Ook ten aanzien van de vaststelling van het instellingscollegegeld door bijzondere instellingen kan derhalve in de rechtsgang bij het CBHO exceptieve toetsing plaatsvinden. Dit blijkt ook uit onder meer de uitspraken van het CBHO van 23 mei 2014, nr. 2013/229, en 16 december 2014, nr. 2014/150, www.cbho.nl.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 25195 tot 26040.