Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 4.3.2 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.
Het middel bestrijdt terecht niet het oordeel van het hof dat indien SCAU op de voet van art. 3:305a BW uitsluitend belangen behartigt van (aspirant-)studenten die deze zelf aan de orde kunnen stellen door bezwaar en beroep op grond van de Awb of titel 7.4 WHW, zij niet-ontvankelijk is in een vordering terzake bij de burgerlijke rechter, ook indien haar vordering zich richt tegen regelgeving die door exceptieve toetsing bij de bestuursrechter aan de orde kan worden gesteld. Anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, geldt de hiermee door het hof toegepaste regel mede als een belangenorganisatie niet slechts opkomt voor de (gebundelde) belangen van een bepaald of bepaalbaar aantal individuele personen, maar tevens voor het algemeen belang van de bescherming van de rechten van een veel grotere groep van personen, die diffuus en onbepaald is (‘eenieder’). Ook in dat geval is immers sprake van een bundeling van belangen in de zin van art. 3:305a lid 1 BW. Zie voor een en ander het hiervoor in 4.2.2 genoemde arrest Staat/Privacy First, rov. 3.3.4 en 3.3.5.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 26740 tot 27831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e | shasum -a 256