Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5.1.2 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.

Onderdeel 1 voert tegen dit oordeel in de eerste plaats aan dat het hof heeft miskend dat op grond van art. 7.59a lid 3 WHW ook aanstaande studenten de mogelijkheid van bezwaar en beroep toekomt met betrekking tot beslissingen op grond van de WHW, en dat ook de aspirant-student derhalve de mogelijkheid heeft om een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing met betrekking tot het verschuldigde instellingscollegegeld uit te lokken door, alvorens zich in te schrijven, het verzoek te doen om te bepalen dat hij een ander bedrag verschuldigd is dan op grond van art. 7.46 lid 2 WHW door het instellingsbestuur is vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 29541 tot 30179.