Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5.2.4 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049.

Indien de aanstaande student die machtiging niet geeft, loopt hij niet het risico dat hij collegegeld verschuldigd wordt. Zoals hiervoor in 5.2.1 is overwogen, wordt het collegegeld immers eerst verschuldigd na de inschrijving als student en heeft de instelling geen mogelijkheid tot die inschrijving over te gaan als geen machtiging of ander bewijs als bedoeld in art. 7.37 lid 2 WHW is overgelegd. Overigens ligt het voor de hand dat de student die vóór de aanvang van het studiejaar duidelijkheid wil hebben over het door hem verschuldigde instellingscollegegeld, tijdig een beslissing daarover uitlokt en daartegen zo nodig door het instellen van bezwaar en beroep opkomt, eventueel mede door het - gelijktijdig met het instellen van bezwaar - vragen van een voorlopige voorziening (art. 8:81 Awb, dat op grond van art. 7.66 lid 2 WHW van overeenkomstige toepassing is).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d33167efcbcbe58b603b708160bbf63fa3ef959e22d0d78a8124e3539fd784e, en de alinea staat in dat document op bytes 33136 tot 34025.