Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:105.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte zich wel aan de aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden bijzondere voorwaarden heeft gehouden, dat hij zich sinds 5 juli 2014, toen de voorlopige hechtenis voor het thans bewezen verklaarde feit eindigde, moeite heeft getroost om zijn leven weer op orde te krijgen en dat hij daarin ook in zoverre is geslaagd dat hij onderdak bij zijn neef heeft kunnen regelen, een uitkering heeft aangevraagd en zich voor hulpverlening en begeleiding bij GGZ Palier heeft gemeld. Een en ander is door het hof bij de beoordeling van de vordering betrokken, maar kan naar zijn oordeel niet een algehele afwijzing van de vordering rechtvaardigen indien tevens in aanmerking wordt genomen dat de verdachte bij voormeld arrest van 26 juni 2012 onder meer voor een tweetal geweldsdelicten is veroordeeld en zich op 1 oktober 2013, slechts enkele maanden nadat hij voorwaardelijk in vrijheid was gesteld, wederom aan een geweldsdelict schuldig heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af, en de alinea staat in dat document op bytes 13202 tot 14214.