Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 3.1. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:105.

5. Bij de vordering zendt het openbaar ministerie de daarop betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toe. De voorzitter van de rechtbank bepaalt daarop onverwijld een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij hij vaststelt dat het openbaar ministerie in zijn vordering niet kan worden ontvangen. In het geval bedoeld in het derde lid, tweede volzin, geschiedt de behandeling van de zaak gelijktijdig met de behandeling van het strafbare feit waarvoor de veroordeelde wordt vervolgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af, en de alinea staat in dat document op bytes 19551 tot 20051.