Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 5.3. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:105.

Een bijzondere voorwaarde als bedoeld in art. 15a, derde lid aanhef en onder 10°, Sr - welke bepaling in zoverre gelijkluidend is aan art. 14c, tweede lid aanhef en onder 14°, Sr - dient het gedrag van de veroordeelde te betreffen. Als zodanig kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht (vgl. HR 26 november 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6079, NJ 1970/123 met betrekking tot - thans - art. 14c, tweede lid aanhef en onder 14°, Sr).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20c2f4fbcf7d23438210250732388a4b44dcc513a59b5f7489c22c8279cf53af, en de alinea staat in dat document op bytes 27049 tot 27682.