Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 3.3.4 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1052.

Met het vorenstaande is evenwel niet gegeven op welk moment in een geval als hier aan de orde de verjaringstermijn van de vordering uit onverschuldigde betaling een aanvang neemt. Daaromtrent bepaalt art. 3:309 BW dat die aanvangt, voor zover hier van belang, op de dag, volgende op die waarop de schuldeiser met het bestaan van zijn vordering is bekend geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49a793c551d83f407d1a8b1d35927468c779d96f12188805d68167e00615b8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49a793c551d83f407d1a8b1d35927468c779d96f12188805d68167e00615b8d, en de alinea staat in dat document op bytes 18410 tot 18787.