Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:106.

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de lezing van de verdachte dat de aangever [betrokkene 1] de confrontatie met de verdachte zelf heeft opgezocht en mogelijk de verdachte heeft geslagen niet worden uitgesloten, zodat het hof hiervan uit zal gaan. Dit laat echter onverlet dat de verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting bij het hof, nadat hij door [betrokkene 1] was geslagen met een hondenriem, in staat is geweest aan die kant van de straat een mes uit zijn fietstas te pakken en vervolgens naar de overkant van de straat te lopen, waar [betrokkene 1] op dat moment niet was. Naar het oordeel van het hof had het op de weg van de verdachte gelegen zich vanaf dat moment te (blijven) onttrekken aan een fysieke confrontatie met [betrokkene 1] . Dit heeft hij niet gedaan. Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij hiertoe niet in staat is geweest niet aannemelijk nu deze vaag en weinig specifiek is. Er zijn voorts geen aanknopingspunten dat mogelijke vluchtwegen geblokkeerd waren of dat het voor de verdachte anderszins fysiek niet mogelijk was de confrontatie met [betrokkene 1] te ontlopen en aldus de situatie te voorkomen dat de confrontatie verder zou escaleren door verdachtes gebruik van het mes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77eef35ad70cc20c1d0b43a5b559b63bc5e72a19cebee57a20036e3c57e501d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77eef35ad70cc20c1d0b43a5b559b63bc5e72a19cebee57a20036e3c57e501d3, en de alinea staat in dat document op bytes 16070 tot 17360.