Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 4.1.2 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1061.
Voor zover het onderdeel een beroep doet op de omstandigheid dat [verweerster] niet op de voet van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b, BW vernietiging van het besluit tot opzegging heeft gevorderd, is van belang dat de op art. 2:15 BW gebaseerde vordering tot vernietiging van een besluit van een rechtspersoon is gericht op andere rechtsgevolgen dan de onderhavige vordering, die is gebaseerd op onrechtmatige opzegging. De eerstgenoemde vordering is gericht op aantasting van het besluit. De laatstgenoemde vordering neemt de rechtsgeldigheid van het besluit tot uitgangspunt, en is gericht op vergoeding van schade die de eiser lijdt door de handeling waartoe is besloten. Art. 2:15 BW sluit een zodanige, op onrechtmatige daad gebaseerde, vordering niet uit, ook niet in een geval waarin een lid van de rechtspersoon daarmee wil opkomen tegen de opzegging van zijn lidmaatschap van die rechtspersoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3374aaf2c9b67558120a1abb669aaba911f765f9e50c9c07fb530593d31f0a4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3374aaf2c9b67558120a1abb669aaba911f765f9e50c9c07fb530593d31f0a4b, en de alinea staat in dat document op bytes 19472 tot 20389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3374aaf2c9b67558120a1abb669aaba911f765f9e50c9c07fb530593d31f0a4b | shasum -a 256