Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5.1 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1061.

Onderdeel 3 van het middel bevat onder meer de klacht dat het hof in rov. 3.4.6 een ontoelaatbare verrassingsbeslissing heeft gegeven door uit te gaan van een opzegtermijn van minimaal een half jaar zonder dat partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten. Deze klacht slaagt. Naar de vaststelling van het hof in rov. 3.2 heeft [verweerster] , voor zover hier van belang, alleen een verklaring voor recht gevorderd dat de opzegging met onmiddellijke ingang onrechtmatig was, alsmede verwijzing naar de schadestaatprocedure. Door het noemen van een termijn van ten minste een half jaar heeft het hof een oordeel gegeven dat, mede gelet op de verwijzing naar rov. 3.4.6 in het dictum van zijn arrest, kennelijk aldus moet worden opgevat dat IMG niet onrechtmatig zou hebben gehandeld indien het een opzegtermijn van minimaal een half jaar in acht zou hebben genomen. Daarmee heeft het een beslissing gegeven die van invloed is op de schadestaatprocedure zonder dat dit een grondslag had in het partijdebat. Het hof mocht een zodanige beslissing niet geven zonder partijen de gelegenheid te hebben gegeven zich daarover uit te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3374aaf2c9b67558120a1abb669aaba911f765f9e50c9c07fb530593d31f0a4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3374aaf2c9b67558120a1abb669aaba911f765f9e50c9c07fb530593d31f0a4b, en de alinea staat in dat document op bytes 22613 tot 23769.