Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 3.3.4 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087.

Het kort geding in eerste aanleg kent in zoverre een eigen regeling dat volgens het Procesreglement - een landelijk geldende rechtersregeling omtrent de uitoefening van de wettelijke bevoegdheden en taken van in kort geding in eerste aanleg rechtsprekende rechters - voordat een dagvaarding wordt uitgebracht, door de advocaat van de eiser een aanvraag (als bedoeld in art. 254 lid 2 Rv) wordt ingediend bij de voorzieningenrechter (art. 2.2 Procesreglement), onder bijvoeging van een (concept)dagvaarding (art. 2.3 Procesreglement). Na ontvangst van de aanvraag wordt de zaak ter griffie ingeschreven en wordt daaraan een zaak- en kortgedingnummer toegekend (art. 3.1 Procesreglement). De voorzieningenrechter bepaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag, dag en tijdstip van de terechtzitting (art. 3.2 Procesreglement). De voorzieningenrechter meldt de dag en het tijdstip die hij voor de terechtzitting heeft bepaald en het aan de zaak toegekende zaak- en kortgedingnummer, zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de eisende partij. De eisende partij deelt uiterlijk twee dagen na ontvangst van de dagbepaling de dag en het tijdstip van de terechtzitting mee aan de gedaagde partij en zendt haar de conceptdagvaarding toe (art. 3.3 Procesreglement).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a, en de alinea staat in dat document op bytes 14877 tot 16195.