Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087.
De tweede en derde vraag, zoals hiervoor in 3.2.4 geformuleerd, zijn gesteld onder de voorwaarde dat de art. 125-127 Rv en 249-250 Rv rechtstreeks of overeenkomstig van toepassing zijn in kort geding. Blijkens hetgeen hiervoor is overwogen, is deze voorwaarde niet vervuld. De Hoge Raad zal echter hierna de regels formuleren die in dit opzicht in het kort geding in eerste aanleg hebben te gelden. Deze regels zijn naar inhoud en strekking vergelijkbaar met die van de art. 125-127 en 249-250 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a, en de alinea staat in dat document op bytes 18349 tot 18859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a | shasum -a 256