Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 3.8.3 Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087.

De vraag of een zodanige vordering alsnog kan worden gedaan, dient voor het desbetreffende kort geding zelf ontkennend te worden beantwoord voor gevallen waarin de hiervoor in 3.4.3 genoemde termijn van veertien dagen inmiddels is verstreken. In die gevallen is immers het kort geding niet meer aanhangig. Na het verstrijken van die termijn kunnen de desbetreffende kosten evenmin in een afzonderlijke procedure worden gevorderd (vgl. HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147, rov. 3.4.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a382e32244327ab6607ac46e165e1ee9630ee29d52a2c54a7f19733054079a3a, en de alinea staat in dat document op bytes 27795 tot 28297.