Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 3.3. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110.

Ingevolge art. 98, eerste lid, Sv mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in art. 218 Sv zonder hun toestemming brieven of andere geschriften tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Wel mogen, zoals volgt uit art. 98, (thans) vijfde lid, Sv, ook zonder hun toestemming in beslag worden genomen brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend. Dergelijke brieven en geschriften zijn geen object van de aan bedoelde personen toekomende bevoegdheid tot verschoning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9, en de alinea staat in dat document op bytes 45880 tot 46490.