Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016
Onder 2.1. Hoge Raad 26 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110.
[D] BV (30%) en [E] BV (70%, hierna: [E] ). Gedurende de bouw bleek dat de winst uit de verkoop van het pand aan een belegger ongeveer 94 miljoen euro zou bedragen. Om deze winst te drukken zou rond 2006 zijn besloten het gebouw niet casco te realiseren, maar met een inbouwpakket huurdersvoorzieningen (uiteindelijke kostenpost ongeveer 42 miljoen euro). Deze voorzieningen zouden oorspronkelijk voor rekening van de huurder ( [A] ) komen. De huurdersvoorzieningen zouden de winst drukken waardoor de aandeelhouders minder winst uitgekeerd zouden krijgen en minder belasting zouden hoeven te betalen. Er zou zijn overeengekomen dat [D] B.V. ter compensatie 12.85 miljoen euro zou mogen factureren aan [E] . [E] bracht deze 12.85 miljoen euro als kosten ten laste van het resultaat in het boekjaar 2009-2010.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9, en de alinea staat in dat document op bytes 8840 tot 9673.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9 | shasum -a 256