Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016

Onder 3.6. Hoge Raad 26 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110.

Aan het oordeel van de Rechtbank dat de stukken 'instrumenta delicti' zijn, ligt in het bijzonder ten grondslag dat de "conceptversies en daarmee verband houdende stukken (...) een essentiële voorwaarde [vormden] voor de totstandkoming van de finale overeenkomst". Met deze overwegingen heeft de Rechtbank tot uitdrukking gebracht dat, gelet op de aard van de jegens [E] en [D] BV bestaande verdenking, de inbeslaggenomen stukken onmiskenbaar hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de definitieve inhoud van de door hen opgemaakte valse Realisatieovereenkomst en in die zin mede hebben gediend tot het begaan van het strafbare feit ten aanzien waarvan de verdenking is gerezen. Dat oordeel, dat getuigt van de in dit verband vereiste behoedzaamheid, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9, en de alinea staat in dat document op bytes 51591 tot 52546.